Aan alles komt een eind. Het seizoen 2011/2012 was mijn achttiende en laatste seizoen als selectiespeler van SV Urk 1. Een bewogen jaar dat via de nacompetitie eindigde met degradatie naar de eerste klasse. Over het hele jaar gezien kwamen we tekort voor de hoofdklasse. Voor de winterstop deden we het prima en lagen op koers voor handhaving, maar van de vijf overwinningen waren er toen ook drie bij met het nodige fortuin. Na de winter werd er nog slechts één overwinning aan het totaal toegevoegd, ook al zat het soms niet mee. Maar over zesentwintig wedstrijden zijn we terecht terug bij af. Het verschil tussen de eerste klasse E en de hoofdklasse C was voor onze selectie te groot uiteindelijk. We waren minder goed dan we dachten dat we waren. Een harde leerschool. Volgend seizoen in de eerste klasse D. Een plaats bij de eerste drie moet mogelijk zijn, aangezien de top drie uit 1D van vorig seizoen in een andere eerste klasse speelt of in de hoofdklasse bivakkeert.
Zelf ga ik in ons tweede elftal spelen. In eerste instantie had ik het idee om het negende te versterken, maar in goed overleg ga ik nog een jaar door op prestatief niveau. Vorig weekend heb ik afscheid genomen tijdens ons jaarlijkse weekendje weg met de selectie. Sinds jaar en dag staat het laatste weekend van juni in het teken hiervan en mooi weer is bijna altijd gegarandeerd. Een uitje waar ik altijd enorm naar uitkeek, maar nu ook een klein beetje tegen op zag. Het werden weer vier geweldige dagen, dit keer in Zandvoort, en tijdens de afscheidsavond had ik zelfs moeite mijn emoties de baas te blijven en werd het een avond om voor altijd te koesteren. Iedereen nog bedankt daarvoor.
Tijdens de talloze weekendjes met onze selectie en aanhang zijn er heel veel dingen gebeurd die ik nooit meer zal vergeten. In de beginjaren studeerde ik nog en nam ik steevast mijn studieboeken mee op reis. Naïef, want de boeken werden niet geopend of ik vergat ze mee terug te nemen. De tentamens direct na deze tripjes waren dan ook steevast onvoldoende.
Gedenkwaardig was het weekendje naar Kernwasser Wunderland in Kalkar half jaren negentig. 's Nachts besloten we met vijf spelers nog naar een nabijgelegen discotheek te gaan. Na een onstuimige nacht hadden we trek gekregen en wilden op de terugreis naar ons hotel nog wat eten. Op het parkeerterrein bij de discotheek stond een auto met daarin een jongen en een meisje die op het oog ruzie met elkaar leken te hebben. Beleefd tikten we hard op het raam en vroegen waar we bratwursten konden essen. De jongeman was niet gecharmeerd van onze interventie en liet dit ook duidelijk merken. Aangezien we geen kwaad in de zin hadden, alleen maar trek, besloten we nog een poging te wagen. Wat moest die Duitser per slot van rekening op zijn eentje tegen ons beginnen. We deden de deur van zijn auto open en vroegen nogmaals waar we bratwursten konden essen. De Duitse jongeman stoof zijn auto uit, liep naar de kofferbak en haalde een pistool te voorschijn. Alle vijf stoven we van schrik een kant op. Ik kon samen met William Visser en Klaas Hessel Kapitein achter of in onze auto duiken en Cornelis Lens sprong na een korte sprint in een plantsoen. Klaas Nentjes had de pech dat de Duitser achter hem aan ging. Ik heb die Klaas nog nooit zo hard zien rennen en achterom zien kijken. Totdat hij vol tegen een hek aanknalde en op de grond viel, broek stuk, been kapot en hij keek in de loop van een pistool. De paniek was toegeslagen bij ons allemaal. Cornelis Lens was uit de bosjes gekropen en had zijn handen om de Duitser zijn middel heengeslagen. "Nicht schießen, du bist meine Freunde" zei hij in verrassend goed Duits. Ondertussen was ook de Duitser zijn vriendin aan komen lopen. Gelukkig wist zij in eendrachtige samenwerking met Cornelis de jongen te bedaren, zodat hij uiteindelijk zijn pistool liet zakken. Wij hadden snel de auto gestart en de deuren open gedaan zodat Klaas en Cornelis snel de auto in konden springen. Met gierende banden zijn we naar het hotel teruggereden. Niemand zei wat en bij aankomst werd er een kwartier lang niet gesproken of bewogen in de geparkeerde auto. Niemand had nog zin in braadworst.
Een jaar later zou ik tijdens het weekendje weg in de Huttenheugte mijn eigen braadworst net tevoorschijn halen om de oudste beweging van de wereld te oefenen. Plotsklaps leek het of mijn vriendin (inmiddels vrouw) en ik geen adem meer konden halen, een soort verstikking in combinatie met pijn in de ogen. Ik rende naar de deur voor frisse lucht. Al snel ontdekten wij de oorzaak. Huisgenoten Teunis Kramer en Pieter Ras hadden met de brandslang onder onze kamerdeur doorgespoten. Van de daders ontbrak ieder spoor. Onder het mom ik niet slapen, niemand slapen, besloot ik de brandslang leeg te spuiten in de slaapkamers van beide heren. Binnen de kortste keren stond iedereen in de huiskamer, alles was wit geworden en van slapen kwam voorlopig niets.
Slapen is trouwens sowieso van ondergeschikt belang tijdens een weekendje. De hotelkamer wordt vaak matig benut. Ons uitje in Valkenburg was daar een uitzondering op. Als aanvoerder had ik geluk en kreeg ik een suite met eigen toilet en douche. Behoorlijk luxe, want de meesten moesten gebruik maken van een gezamenlijke douche en toilet. Al snel besloten mijn vrouw en ik onze douche ook beschikbaar te stellen aan andere spelersvrouwen. De voetbalterm één-tweetje kreeg ineens een hele andere dimensie. Onze toenmalige succestrainer Jan ten Hage kon trouwens ook goed uit de voeten op de hotelkamer in Valkenburg. 's Nachts hield hij het hele hotel wakker, hij had niet in de gaten dat zijn bed tegen de centrale verwarmingsbuis aanstond die door meerdere kamers heen liep.
Jarenlang was het ook een traditie om op zondagavond met zijn allen op één hotelkamer te gaan zitten. Prop tussen de dertig en veertig mensen op een hotelkamer en feest gegarandeerd. In Scheveningen lukte het Gerrit Visser zelfs om een straatmuzikant de kamer op te smokkelen. De nachtportier stond natuurlijk direct voor de deur om de muzikant te ontzetten. Het was sowieso een aparte nacht voor deze portier, want toen hij later die nacht nog even poolshoogte kwam nemen, werd de deur geopend door een spiernaakte Randy Jelies met daarachter een aantal naakte medespelers. De portier kon niets meer uitbrengen.
In Center Parcs Zandvoort was in 2004 ook weer een spontaan feest in een hotelkamer van een reeds vertrokken medespeler belegd. Mini oranje confetti kanonnen, gerookte zalmen, ballen gehakt, een slijterij aan drank, radiootje, chips, werkelijk alles was aanwezig. De volgende morgen besloot ik om even poolshoogte op deze kamer te nemen en de schade op te nemen. Siemen Lindeboom bleek nog op de kamer te liggen slapen. Voor de rest was het een waar slagveld, de bekleding was inmiddels oranje en de geur van zalm en verschraald bier was alom aanwezig en alles hing scheef en zat onder de satésaus. Maar met de inspanningen van een aantal spelers en spelersvrouwen en een schoonmaakster die tegen betaling een oogje dichtkneep was de kamer in no time weer verhuurproof. Wij zijn overal waar we geweest zijn dan ook nog van harte welkom en graag geziene gasten.
Zeker bij de heer Halbersma, eigenaar van hotel Belvedère, een prachtig ouderwets en stijlvol hotel in Noordwijk vlak bij de Ark van Alfred Heineken. De beste man runde het hotel grotendeels met zijn vrouw alleen en stond indien mogelijk ook achter de hotelbar. Hij kon prachtig vertellen over de geschiedenis, maar moest steeds van hot naar her rennen om alles te managen in het hotel. De bar was dan ook vaak onbemand. Met een grote groep voetballers in je hotel is het de goden verzoeken. Binnen mum van tijd namen we de bar dan ook zelf in beheer. Mijnheer Halbersma schrok hier zichtbaar van in eerste instantie, maar toen hij zag dat alle drankjes geregistreerd werden door de kasteleinen Fokke Jan Gnodde en Kornelis Koffeman, gaf hij ons het voordeel van de twijfel. Hij zag dat hij goed vlees in de kuip had. Het heeft hem overigens geen windeieren gelegd, want naast een rekening ter grootte van een tafellaken, had Fokke Jan een fooienpot gemaakt waarvan de opbrengst naar de heer Halbersma ging die op het punt stond opa te worden. Van het geld kon hij een kinderwagen kopen. Naast een kinderwagen kon hij met de inhoud ook zo een weekendje naar Disneyland Parijs met zijn kleinkind.
Ach, zo kan ik nog wel urenlang doorschrijven. De achttien jaar als speler van Urk 1 lijken voor mijn gevoel maar heel even, de vriendschappen die ik er in heb opgedaan duren echter heel mijn leven.
Jelle Loosman